De oude wielerpiste in Rumbeke moet plaats maken voor een nieuwe kopie. Woningbouw Marc Demeulenaere, hoofdsponsor van de wielerclub "Jonge Renners Roeselare", zal de werken uitvoeren. In 2012 zou het project rond moeten zijn, inclusief de bouw van een appartementsblok met ruimte voor een 12-tal appartementen, 19 garages en twee winkelzaken.
Op maandag 5 november werd op initiatief van de ondernemer Marc Demeulenaere al een vergadering voor de buurtbewoners georganiseerd. De vergadering ging door in het complex Schiervelde en de meeste omwonenden, voornamelijk bejaarden, daagden op. De ondernemer Marc Demeulenaere begon met een korte historiek van de piste en lichtte daarna het project naar de toekomst toe: een volledige heraanleg van de wielerpiste en een appartementsgebouw op de plaats van het voormalig restaurant.
Vervolgens ontvouwde architect Guido Schaubroeck zijn plannen, waaruit bleek dat er een inspanning gedaan was om overlast voor de buurtbewoners zoveel mogelijk te beperken. Enkel leden van de jeugdwielerploeg "Jonge Renners Roeselare" zullen toegang krijgen tot de piste, uiteraard alleen overdag. De wielerbaan zal niet vrij toegankelijk zijn, een badge-systeem moet ervoor zorgen dat enkel bevoegden de piste kunnen betreden. De kant van de velodroom die grenst aan de tuinen van de omwonenden zal ook voldoende hoog beschut worden, om zoveel mogelijk de privacy te garanderen. De meeste begroeiing langs de zijkanten blijft ook staan. Er is ook bewust gekozen om géén horecazaak te openen bij de piste. Het binnenplein zal in de toekomst benut worden voor rustige recreatieve elementen, zoals petanque of voorlichting voor kinderen omtrent verkeersveiligheid.
Opvallend is wel dat de velodroom in 2002 een beschermd monument werd, waarbij ze in aanmerking komt voor restauratiesubsidies. Het Roeselaars stadsbestuur toonde echter weinig interesse en de piste bleef verloederen. Daar komt met dit privé-initiatief dus verandering in. "Voor de aanleg van de nieuwe piste kunnen we voor 80 percent rekenen op subsidies van Monumentenzorg. Nadien zijn we van plan om de wielerbaan te schenken aan het stadsbestuur. Het is immers niet onze bedoeling deze verder te exploiteren. Het valt nu nog te zien als het stadsbestuur bereid zal zijn om geld vrij te maken voor het onderhoud van de piste.", aldus Marc Demeulenare. Het stadsbestuur van Roeselare doet nu grote inspanningen om de Tour in 2012 naar Roeselare te halen. Het zal dan precies een eeuw geleden zijn dat Odiel Defraeye als eerste Belg de Tour won. In dat jaar hoopt men de piste ook toegankelijk te maken voor de jeugdploeg.
Bekijk hier het omgevingsplan.
De velodroom, gelegen in de Izegemsestraat 52, werd na de Eerste Wereldoorlog aangelegd door Odiel Defraeye, die in 1912 als eerste Belg de Ronde van Frankrijk won. De huidige betonnen wielerpiste verving in 1925 de aarden piste. Oud-wielrenner Albert Sercu nam in de jaren '60 het initiatief om de wielerbaan te herstellen. Samen met supporters van zijn zoon Patrick Sercu maakte hij de met onkruid bedekte piste weer berijdbaar.
Vandaag blijft van de piste slechts een ruïne over. Hoewel de bovenste betonlaag al afgesleten is, blijven de resten van een jarenlange verwaarlozing zichtbaar: bomen groeien tussen het gebarsten beton en het middenplein is bezaaid met oneffenheden en wildgroei. Nochtans heeft de Rumbeekse velodroom een rijk wielerverleden: legendes zoals Briek Schotte, Rik Van Steenbergen, Marcel Kint en Patrick Sercu hebben er nog rondjes gereden. Ook van het voormalig kippenrestaurant De Lantaarn, gelegen aan de straatkant vóór de piste, blijft slechts een bouwvallig pand over.
14 juli 1888. Uitgerekend op de Franse nationale feestdag, verwelkomt het Rumbeekse echtpaar Camil Fraye en Sidonie Sioen hun eerste zoon, Odiel. De kersverse ouders hadden het niet breed. Toen vader Camil in de fleur van zijn leven door reuma geteisterd werd, was Odiel de enige ‘man’ die geld in het laatje kon brengen. Na een dag in de klas begon voor de jonge Odiel vaak een tweede dagtaak.
Op zijn veertien won Fraye zijn eerste ‘stroatekoerse’ met een geleende fiets. De smakelijke hesp waar hij mee naar huis kwam kon Camil en Sidonie definitief overtuigen om Odiel zijn passie te gunnen: het gezin kocht een tweedehandsfiets voor 75 Belgische frank. De investering rendeerde: hespen, tubes en fietskaders stapelden zich op. Ook het geld was vlugger en makkelijker verdiend dan in de week.
November 1908, Fraeye wordt opgeroepen voor zijn dienstplicht. Hij kon gelukkig rekenen op sportieve oversten, en in het voorjaar van 1909 zette hij de stap naar de beroepsrenners. In zijn eerste deelname aan Parijs-Roubaix kwam hij als zesde over de meet. Hij werd naar eigen zeggen geklopt door gebrek aan ervaring. Datzelfde jaar nog werd Fraye tweede in het West-Vlaams kampioenschap in Koolskamp. In het dorp waanden de mensen hem gek toen hij een deelname aan de Tour beoogde. Maar Odiel deed liever ervaring op in de Alpen en Pyreneeën dan de godganse dag te marcheren. Zijn voortijdige debuut in de Ronde van Frankrijk eindigde al na twee ritten met een opgave.
Op sportief vlak begon 1910 uitstekend. Koereur-milicien Defraeye werd eerste in het Kampioenschap van Vlaanderen. Ook een financieel lichtpunt: de Franse fietsfabrikant Alcyon bood Odiel een contract aan. Fraye nam de kans aan met beide handen.
1911 begon met de openingsklassieker Parijs-Roubaix. Ondanks sterke wilskracht finishte Odiel slechts als veertiende. Het wilde maar niet lukken in het buitenland. Het Belgisch Kampioenschap bracht soelaas: Defraeye voerde een strak tempo op de Ardense hellingen en kon de overwinning in de wacht slepen.
Dan kwam het grote jaar 1912. Defraeye won de Belgische Tour met vier ritoverwinningen. 131 renners kwamen aan de start van de tiende Ronde van Frankrijk. Defraeye werd aangeduid als knecht van Gustave Garrigou. De eerste dag liep niet op wieltjes voor de Fransman, en Alcyon zette voor Defraeye het licht op groen. Hij maakte nog meer dan tien plaatsen goed en finishte veertiende. De dag erna liet Odiel zijn kopman achter en legde door ritwinst zijn handen op de eerste plaats, die hij nadien niet meer zou afstaan. Na 5.000 km aan een gemiddelde snelheid van 27,9 km/u. was, voor de éérste keer, een Belg erin geslaagd de Fransen op eigen bodem te kloppen.
In 1913 kon Defraeye nog Milaan-San Remo winnen. Door een val kwam hij met enkele weken trainingsachterstand aan de start van de Ronde van Frankrijk. Hij stond éérste in het klassement toen hij moest opgeven wegens ziekte. In de volgende jaren kwam er geen comeback voor Defraeye. In 1924 hing hij de fiets aan de haak.